Zo, de eerste dag in Parma zit erop. Kort samengevat was deze dag zwaar, loodzwaar. Bij de bagage desk objectief gewogen op 9.9 kilo. Nu, in het bed van mijn hotelkamer, subjectief gewogen op een kilootje of 100.
Vanochtend vroeg opgestaan om mijn tas te pakken. Ik had tenslotte alle tijd. Laptop, check. Paspoort, check. Boardingpass, check. Kleding, check. En zo het hele rijtje. En ook nog eens de dubbelcheck. Rond half 12 de deur achter me dicht getrokken en met twee tassen richting ’t pontje om om 12 uur stipt bij Lotte te zijn. Na een bammetje gegeten te hebben reden we met de auto richting Eindhoven.
In Eindhoven – damn, wat een lekkere luchthaven vergeleken met Schipje – even gerelaxed, de koffers gedropt en de chauffeur en bijrijder (thanks Jan en Thom) uitgezwaaid. Na kennis gemaakt te hebben met Kim en Patty, onze reis- en hotelgenoten van deze week, konden we naar de gate. Zonder schoenen, riem en al het andere ijzerwaar dus met de broek op de enkels onder de metaaldetector door. So far so good. Even wachten bij de gate en toen old skool, zonder terminal, het vliegtuig ingelopen. Na de gebruikelijke praatjes in drie verschillende talen waren we zoals het heet ‘ready for take off.’ Je weet hoe het gaat. Gezien mijn reeds nog niet zo goed ontwikkeld vliegtalent was ik blij dat we hingen zeg maar. Op het moment dat ik de stewardessjes weer zag huppelen haalde ik handmatig mijn hart weer uit mijn keel. Wat een opluchting. Een half boek later werd de landing ingezet en zagen we Milano (Bergamo) onder ons verschijnen. Een prachtig gezicht zo in het donker. Toen de piloot uiteindelijk de rem had gevonden en het toestel tot bedaren had gebracht, trakteerde hij zichzelf op een biertje terwijl de intercom nog aanstond. Althans, hij opende er één met zo’n ronde oranje bieropener waar dat lullige stadiongeluidje uitkomt. Hollands als iedereen was klonk er applaus. Ik maakte praktisch van de gelegenheid gebruik om mijn bezwete handen eens flink te laten wapperen.
Vanuit het vliegtuig richting de koffers en toen direct door naar de arrivals. Daar stond hij hoor, onze bebaarde taxichauffeur. Heel lief met een bordje ‘Patty.’ Het was als in een film. Hij nam ons mee naar zijn très chique busje. Lederen bekleding, per persoon bedienbare verwarming en lichtjes en automatisch dichtslaande deuren. Het was alsof we de komende anderhalf uur van Bergamo naar Parma wederom in een vliegtuig stapten. Het enige dat miste was een paar vleugels. Dat de taxichauffeur dacht dat hij piloot was, werd na een kwartier wel duidelijk. Eenmaal vrij baan kreeg hij chronisch kramp in zijn rechtervoet en met een gemiddelde snelheid van 160 kilometer per uur ging Luca – als je niet opschiet ga ik op Godspeed – Toni al seinend met zijn grote lichten alle linksrijdende Italiaanse amateurchauffeurs te lijf. Zo veranderde hij zijn zwarte Volkswagen MultiVan in een ware rally auto. Gelukkig was iedereen te moe om hem op zijn sms-gedrag te wijzen.
Aangekomen bij het ***-Residence Hotel “Astoria” zei hij trots: “Just in time, my friends.” Dat was hij zeker. Ruim op tijd zelfs. Na een paar honderd euro afgerekend te hebben voor deze helse rit en een klein paar tientjes fooi gegeven te hebben aan Luca verliet hij ons met een blijde: “Hope to see you guys soon.” Zou ik ook zeggen met zulke bedragen, typische Italiaan. Enfin, hier en daar werd het een en ander ontkracht en bevestigd.
Na simpel ingecheckt te hebben in het hotel wees de jongen achter de balie ons aan hoe we morgen op de universiteit konden komen. Sympathiek, dat dan weer wel. We wilden het zelf gaan opzoeken op internet, maar ja gedoe en zo met netwerksleutels was nu niet echt waar ik op zat te wachten. Gauw maar eens de hotelkamer bekijken. Prima deluxe. Tweepersoons bedje (vierkant van 1,80 x 1,80 ofzo) en een ruime badkamer. Daarna de dames weer opgezocht en gegeten bij de buurman.
Ik bestelde Rosa di Parma, pork fillet stuffed with parma ham and parmesan cheese, want hey hè, ik ben tenslotte in Parma. Het eten was redelijk en het eerste Italiaanse birra’tje was ook nog wel weg te tikken. Toen de rekening gevraagd. Na deze netjes ontvangen te hebben stond ons laat op de avond nog een cursus ‘oud Romeins handschrift ontcijferen’ te wachten. Dat was wel het laatste waar ik zin in had. Maar goed, wat bleek; we moesten dus €8,- betalen voor het brood – zelfs zonder freaking kruidenboter – dat we ongevraagd en ongezien op tafel (gegooid) hadden gekregen. Ook het stukje taart – you can try, if you like it I’ll give you more – dat mogelijk als dessert had kunnen dienen werd netjes op de rekening gezet. Zo zijn ze ook wel weer, die Italianen. Ze vergeten niets.
Al met al een heftige eerste dag met direct (naar mijn mening) veel Italiaanse invloeden. En van deze Italiaanse invloeden geniet ik nu behoorlijk. Het mag dan winter zijn, en middernacht, maar het is hier heerlijk 25 graden op mijn hotelkamer.
Morgen kwart voor 7 de wekker en dan ongetwijfeld weer een toffe dag. Ik kruip lekker onder de wol. Ofja, laat die wol maar zitten. Ciao!